Skip to content

Itinerarium Romanum

03/11/2010

Ad omnia memoranda de Urbe Roma, capitulum tricesimum sextum libri ‘Roma Aeterna’, quod in tertio anno Linguae Latinae legistis, legatis rursus, quaeso. Istud capitulum recensemus post textus Taciti perlectos.

Welkom

17/08/2010

Salvete, discipuli. Hoc anno accademico documenta cursuum Linguae Latinae IV, V et VI in hoc loco interretiale invenietis.

In cursu Latine IV fragmenta ex ‘De Catilina coniuratione’ libris Sallustii legemus et ‘Bucolica carmina’ Vergilii. Ex libro ‘De re coquinaria’ Apicii legemus quoque nonnulli textus. Ex libro ‘Roma Aeterna’, capitula XLVI-LII (anno anteriori -Lingua Latina III- capitula XXXVI-XLV legistis ex libro ‘Roma Aeterna’).

In cursu Latine V legemus libros I et IV ex opere maximo Vergilii ‘Aeneis’ et tria alia litterarum genera: poetica Ovidii (‘Ars amatoria’), Catulli (nonnulla carmina), Tibuli et Propertii elegias et -si tempus esset- basia ex libros Jani Secundi. Legemus etiam comoediam Plauti ‘Amphitryo’ intitulatam et epistulas diversas ex Plinii Minoris Epistolarum libris. Ex libro ‘Roma Aeterna’, capitula LII-LVI.

Latine VI, cursus postremus, nobis iuvabit ut gnoscamus  haec genera litterarum: Historia (fragmenta ex ‘Ab excessu divi Augusi annalium libri’ Publio Cornelio Tacito scripta), Philosophia (fragmenta Ciceronis, Lucretii et Senecae), Saturae et Epigrammata (legemus carmina Horatii, Iuvenalis, Persii; Martialis et Catulli) et fragmenta ex librum Satyricon (‘Cena Trimalchionis’) Petronio Arbitro scriptum.

Documenta separata cursuum invenietis in locis ‘Latine IV’, ‘Latine V’ et ‘Latine VI’.

Bene valeatis, carissimi discipuli, et fruamini his aestivis diebus ultimis.

Praepositiones et animalia

01/02/2010

Avus animalia sua non videt. Potest dicere ubi ea sunt? Exempli gratia: “aranea prope lampadam est”. Invenite alia animalia et dicite ubi sunt.

View this document on Scribd

Oefeningen over uitspraak

09/12/2009

Probeer elk van de volgende woorden een paar keer uit te spreken:

1. αἴνιγμα                      11. δόγμα                     21. μάθημα                     31. πρόβλημα

2. ἀξίωμα                     12. δρᾶμα                    22. μίασμα                     32. ῥεῦμα

3. ἄρωμα                      13. ἔμβλημα                23. νόμισμα                    33. στίγμα

4. ἄσμα                         14. ζεῦγμα                  24. ὄνομα                       34. σύμπτωμα

5. γράμμα                      15. θέμα                      25. πάθημα                     35. σύστημα

6. δέρμα                        16. θεώρημα               26. πλάσμα                     36. σχῆμα

7. διάδημα                     17. ἰδίωμα                   27. πνεῦμα                      37. σχίσμα

8. διάφραγμα                18. κίνημα                   28. πρᾶγμα                     38. σῶμα

9. δίλημμα                     19. κλἰμα                    29. ποίημα                       39. φλέγμα

10. δίπλωμα                  20. κόμμα                   30. πρίσμα                       40. χρῶμα

Kijk nu naar deze video: spreekt het woord uit en luister.

Het Griekse alfabet (historische uitspraak)

09/12/2009

Er zijn twee manieren om het Oudgrieks uit te spreken:

a) de zo genaamde ‘Erasmiaanse uitspraak’: het is een herstelde uitspraak (men kan de uitspraak van het Oudgrieks alleen kennen bij benadering)

b) de ‘historische uitspraak’: deze uitspraak komt overeen met de uitspraak van het Nieuwgrieks.

Hier leren we het Oudgrieks uitspreken met de historische uitspraak.

Letters:

Α     α     > alfa (‘a’ zoals in ‘man’)

Β     β     > beta (‘v’ zoals in ‘vinden’)

Γ     γ     > gamma (‘g’, fricatief, zoals in ‘gaan’ -Belgisch NL-)

Δ     δ     > delta (‘d’, fricatief)

Ε     ε     > epsilon (‘e’ zoals in ‘en’)

Ζ     ζ     > zeta (‘z’ zoals in ‘zeggen’)

Η     η     > eta (lange ‘e’, uitgesproken zoals de ‘i’ van ‘intern’)

Θ     θ     > theta (‘th’ zoals in het EN ‘think’)

Ι       ι     > iota (‘i’ zoals in ‘intern’)

Κ     κ     > kappa (‘k’ zoals in ‘kilo’)

Λ     λ     > lamda (‘l’ zoals in ‘lopen’)

Μ     μ    > mu (‘m’ zoals in ‘man’)

Ν     ν     > nu (‘n’ zoals in ‘nooit’)

Ξ     ξ     > ksi (‘ks’ zoals in ‘tekst’)

Ο     ο     > omicron (korte ‘o’ zoals in ‘zon’)

Π     π     > pi (‘p’ zoals in ‘peer’)

Ρ     ρ     > ro (‘r’ zoals in ‘rap’)

Σ     σ, ς > sigma (‘s’ zoals in ‘samen’)

Τ     τ     > tau (‘t’ zoals in ‘tijd’)

Υ     υ     > ypsilon (uitgesproken zoals ‘i’ van ‘intern’)

Φ     φ     > phi (uitgesproken zoals de ‘f’ van ‘fijn’)

Χ      χ     > chi (uitgesproken zoals de ‘ch’ van ‘schat’)

Ψ      ψ     > psi (‘ps’ zoals in ‘psychologie’)

Ω     ω     > omega (lange ‘o’, uitgesproken zoals de ‘o’ van ‘zon’)

Tweeklanken:

αυ > uitgesproken ‘af’

ευ > uitgesproken ‘ef’

ου > uitgesproken ‘oe’

αι > uigesproken ‘e’

ει > uitgesproken ‘i’

οι > uitgesproken ‘i’

ᾳ > (oorspronkelijk ‘αι’) uitgesproken ‘a’

ῃ > (oorspronkelijk ‘ηι’) uitgesproken ‘i’

ῳ > (oorspronkelijk ‘ωι’) uitgesproken ‘o’

Andere combinaties:

μπ > in tegenstelling tot ‘β’, die fricatief uitgesproken wordt, spreken we deze combinatie uit als de ‘-b-‘ in ‘boot’

ντ > in tegenstelling tot ‘δ’, die fricatief uigesproken wordt, spreken we deze combinatie uit als de ‘-dd-‘ in ‘ladder’.

Spiritus:

In het Oudgrieks gaf de ‘spiritus asper’ (een boogje met de ‘holle kant’ naar rechts: ἑ…) boven de eerste letter als dit een klinker of rho was, een geaspireerde uitspraak hiervan aan, dus voorafgegaan door een h-klank. De ‘spiritus lenis’ (een dergelijk boogje met de holle kant naar links: ἐ…) gaf aan dat de eerste klinker niet geaspireerd werd uitgesproken. Volgens de historische uitspraak -en dan ook het Nieuwgrieks-, wordt de eerste letter nooit geaspireerd uitgesproken; dit is vergelijkbaar met de h-muet in het moderne Frans of met de ‘hache muda’ van het Spaans.

Accenten:

In elk Grieks woord wordt een lettergreep geaccentudeerd, d.w.z. dat zij op een hogere toon dan de andere uitgesproken wordt. Er zijn drie accenten:

a) het accentteken van hoge toon (´) of ‘acutus’, dat een stemverheffing aanduidt

b) het accentteken van lagen toon (`) of ‘gravis’, dat aanduidt dat op een bepaalde lettergreep geen stemverheffing plaats moet hebben

c) het accentteken van omgebogen toon (῀) of ‘circumflexus’, die alleen op lange klinkers en op tweeklanken kan staan. Het betekende in het Oudgrieks dat de uitspraak ervan op een hogere toon begon en op een lagere eindigde.

Alle drie accenten hebben uiteraard een schriftelijke waarde maar volgens de historische uitspraak, geven ze enkel en alleen de hoofdklemtoon van een woord aan.

Deambulatio per urbem Romam hodiernam.

06/11/2009

Ecce, carissimi discipuli, deambulatio per Romam, sed non antiquam urbem Romam, est autem haec deambulatio per urbem Romam hodiernam. Apponite musicam computatorum vestrorum et audietis instrumentum musicalem quod “cordae obliquae” appellatur.

 

Ephemeris “Adulescens”.

03/11/2009

Carissimi discipuli,

ecce quattuor volumina ephemeridis latine “Adulescens”.

“Adulescens” annus XXII – fasciculum 1

View this document on Scribd

“Aduslescens” annus XXIII – fasciculum 1

View this document on Scribd

“Adulescens” annus XXV – fasciculum 1

View this document on Scribd

“Adulescens” annus XXVI – fasciculum 1

View this document on Scribd